Omgaan met kritiek

4 augustus 2014

Veel mensen kunnen slecht tegen het krijgen van kritiek. Dat moet anders.

Tenminste, die indruk kun je krijgen als je kijkt naar alle tips en trucs die er zijn om te leren beter met kritiek om te gaan. Van kritiek kun je leren immers, en als het goed is, is het gericht op iets wat je hebt gedaan en niet op jou als persoon. Dat moet je je dus niet persoonlijk aantrekken.

Ik zal hier iets persoonlijks vertellen. Ik kan erg slecht tegen kritiek. Als iemand kritiek heeft op mij of op de dingen die ik doe, dan ga ik gelijk in de verdediging. Erger nog, ik doe en zeg soms dingen niet, probeer ‘fouten’ te verdoezelen, omdat ik kritiek wil vermijden.

Als therapeut kan dat natuurlijk niet. Zeker niet als je een therapeut bent die beweert dat ze je juist van dit soort dingen af kan helpen. Totaal ongeloofwaardig. Of…

Ondanks dit soort oordelen, of die nu van mezelf of van anderen komen, heeft het geen enkele zin om net te doen alsof iets niet zo is terwijl het wel zo is. Het heeft ook geen enkele zin om heel hard te proberen het te veranderen, of het nu is door proberen anders te denken of door mezelf te visualiseren als een goed gewortelde boom ofzo. Het enige wat het oplevert is strijd in mezelf. Het kost energie en het brengt de oplossing geen stap dichterbij.

De waarheid is dat kritiek heel hard bij me binnen komt. Op zo’n moment voel ik me inwendig wankelen. Ik ervaar pijn en onveiligheid. En dat wil ik allemaal helemaal niet voelen. Het is dus helemaal niet zo gek dat ik in de verdediging schiet. Daarbovenop komen dan nog de oordelen die ik mezelf toeschreeuw. “Ik mag niet wankelen, want ik ben therapeut, en therapeuten wankelen niet.” “Ik mag niet in de verdediging  schieten, want je moet kunnen omgaan met kritiek, en ik ben een loser als ik dat niet kan.” “Als ‘ze’ maar niet zien, dat ik niet tegen kritiek kan.”

En nu komt de grote barbatruc.

Wanneer het mag van mezelf om slecht tegen kritiek te kunnen, wanneer ik mezelf toesta om in de verdediging te schieten, om te wankelen, en wanneer ik de pijn en onveiligheid helemaal kan ervaren, zonder dat er ook maar iets weg moet of anders moet, zonder dat ik anders moet, dan kan ik ineens een stuk beter tegen kritiek.

En hiermee kom ik bij, wat ik ben gaan noemen, de EFT-paradox (die overigens niet perse iets met EFT te maken heeft  en net zo goed geldig is buiten EFT om). Een klacht of probleem oplossen, lukt eigenlijk alleen maar door het eerst te ontdoen van alle oordelen (dat het weg moet is een voorbeeld van zo’n oordeel) en het volledig te accepteren zoals het is. De oordelen eraf halen doe ik met EFT en het ‘probleem’ lost zich dan vanzelf op.

Als ik volledig accepteer dat ik slecht tegen kritiek kan, en als ik alle gevoelens en reacties die daarbij horen ook volledig accepteer, als er helemaal niets anders moet, is er geen enkele reden meer om te proberen kritiek te vermijden. Kritiek mag er zijn, als al mijn gevoelens en reacties er mogen zijn. Die gevoelens en reacties hebben vervolgens veel minder reden om er te zijn.

Deel via: